Hieronder volgt een greep uit de arbovragen die zijn binnengekomen op de helpdesk van de Vereniging FME-CWM.

 


Er is een arbeidsongeval gebeurt in ons bedrijf. Moet ik dit melden bij de arbeidsinspectie? Een werkgever is op grond van de Arbowet verplicht om arbeidsongevallen die de dood of ernstig letsel ten gevolge hebben, onverwijld telefonisch te melden bij de Arbeidsinspectie (AI). De melding moet daarna zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de AI worden bevestigd. Doorgaans zal de AI zo snel mogelijk na de melding een onderzoek instellen.

Onder ernstig letsel wordt verstaan: schade aan de gezondheid die binnen 24 uur na het tijdstip van de gebeurtenis leidt tot opname in een ziekenhuis ter observatie of behandeling, dan wel naar redelijk oordeel blijvend zal zijn. Ongevallen die geen ernstig letsel of de dood ten gevolge hebben hoeven niet gemeld te worden.

Het telefoonnummer van de arbeidsinspectie bij u in de buurt kunt u vinden op www.arbeidsinspectie.nl. Het niet melden van een ernstig ongeval kan leiden tot een boeterapport (het boetenormbedrag is ¬4500)


Een medewerker wil zijn gehoorbescherming niet dragen. Wat kunnen we doen? De Arbowet verplicht de werknemer om in verband met de arbeid de nodige voorzichtigheid en zorgvuldigheid in acht te nemen en naar vermogen zorg te dragen voor de eigen veiligheid en gezondheid en die van andere personen. Dit betekent in ieder geval dat de werknemer de hem ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze gebruikt. Van de werkgever wordt verlangd dat hij voorlichting geeft over de risicos in het bedrijf en de daaruit volgende voorschriften, en dat hij actief toeziet op de naleving van deze voorschriften.

Instrumenten om de medewerker bewust te maken van zijn disfunctioneren, met de bedoeling om hem of haar beter te laten functioneren, zijn onder andere het voeren van goede gesprekken en het op juiste wijze vastleggen daarvan om een personeelsdossier te vormen. De Vereniging FME-CWM heeft een voorbeeld van sanctiebeleid beschikbaar (op te vragen bij de helpdesk, 0900 – 821 21 91).


Wat betekent de maatwerk/vangnet regeling? Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet moet de werkgever een arbo- en verzuimbeleid voeren. Hij moet zich bij de uitvoering van de volgende taken laten bijstaan door een of meer deskundigen:
– toetsing en advisering in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie
verzuimbegeleiding
periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (pago)
houden van een arbeidsomstandighedenspreekuur
– aanstellingskeuring

Op deze punten verandert de wet dus niet. Nieuw is wel dat een werkgever kan kiezen of hij deze bijstand inricht volgens een maatwerkregeling of een vangnetregeling. Zowel in de maatwerk- als in de vangnetregeling geldt dat preventie bij voorkeur intern geregeld moet worden. De maatwerkregeling houdt vervolgens in dat een werkgever de bijstand grotendeels naar eigen inzicht inricht. De vangnetregeling betekent dat de werkgever voor de bijstand een interne of externe arbodienst inschakelt. De beslissing over de vraag of van een maatwerk- of vangnetregeling gebruik wordt gemaakt, moet samen met de werknemers genomen worden. Meer informatie over de wijziging van de Arbowet op dit punt kunt u vinden in de brochure Ondernemers en arbodienstverlening.


Wat is het profiel voor de preventiemedewerker van mijn bedrijf? Per onderneming moet worden vastgesteld over welke deskundigheid een preventiemedewerker moet beschikken (zorg-op-maat-beginsel). Er zijn dus uitdrukkelijk geen algemene opleidings- of ervaringseisen gesteld aan de preventiemedewerker. De preventiemedewerker zal in de praktijk voor de meeste ondernemingen ook niets nieuws inhouden. In veel ondernemingen is immers al een persoon werkzaam die onder de nieuwe wet aangewezen kan worden als preventiemedewerker. Denk bijvoorbeeld aan arbocoördinatoren, veiligheidsmedewerkers, tilinstructeurs of medewerkers van de afdeling personeelszaken die taken hebben op het terrein van arbeidsomstandigheden. De deskundigheid van een preventiemedewerker in een bepaald bedrijf moet worden vastgesteld in de risicoinventarisatie en evaluatie (RIE). Dit kan betekenen dat een RIE van een bedrijf moet worden aangevuld. Dit kan gebeuren bij de jaarlijkse bespreking van het plan van aanpak en de daarop volgende periodieke bijstelling van de RIE. Deze aanvulling op de RIE moet getoetst worden. Wanneer een onderneming valt in de vangnetregeling, moet de arbodienst de RIE toetsen. Wanneer een onderneming gekozen heeft voor de maatwerkregeling, moet de RIE getoetst worden door een kerndeskundige van het hoogste niveau (hoger veiligheidskundige, arbeidshygiënist, bedrijfsarts, arbeids- en organisatiedeskundige). Voor een uitgebreide toelichting op deze begrippen kunt u hier klikken. De bijstelling van de RIE op dit punt moet uiterlijk op 1 juli 2006 zijn uitgevoerd.

De Vereniging FME-CWM heeft een model taakomschrijving en een model om het deskundigheidsniveau van de preventiemedewerker te bepalen en vast te leggen hier beschikbaar.


Hoeveel uur moet een preventiemedewerker aan zijn functie besteden? Dit is moeilijk aan te geven. Dit zal voor iedere onderneming anders zijn. Een en ander is afhankelijk van de risicos in het bedrijf, de omvang van het bedrijf, de aard van de werkzaamheden, et cetera.


Kan één preventiemedewerker ingezet worden voor meerdere vestigingen van hetzelfde bedrijf? Dit is in principe mogelijk. De preventiemedewerker moet zijn werk in alle vestigingen wel even goed uit kunnen voeren (qua tijd, uitrusting, organisatie, et cetera).


Wat is een BIK-code? De arbeidsinspectie gebruikt adresbestanden van de kamer van koophandel. De kamers van koophandel geven iedere inschrijving in het Handelsregister een code waarmee de activiteit  wordt aangeduid. Het codesysteem heet: Bedrijfsindeling kamers van koophandel, afgekort BIK.
De arbeidsinspectie bezoekt in 2005 circa1100 bedrijven op de onderwerpen geluid en machineveiligheid. Daarbij richt de AI zich op met name de volgende deelsectoren:

  • vervaardiging van producten van metaal (BIK 28)
  • vervaardiging van machines en apparaten (BIK 29)
  • productie van autos, aanhangwagens, e.d. (BIK 34)
  • productie van transportmiddelen (BIK 35) (exclusief 351 scheepsbouw en -reparatie)


Mag iemand alleen werken volgens de Arbowet? De Arbowet geeft geen concreet verbod op alleen werken. In het Arbobesluit staat bij het artikel over bedrijfshulpverlening dat wanneer er slechts één werknemer aanwezig is in het bedrijf, deze over doeltreffende middelen moet beschikken om zich bij een ongeval of brand snel in veiligheid te kunnen stellen. Toch is het in sommige gevallen, waarbij een medewerker bijvoorbeeld aan een gevaarlijke machine werkt, af te raden om diegene alleen te laten werken.


Wat is een PAGO? De Arbowet stelt het volgende: ‘De werkgever stelt de medewerkers periodiek in de gele­genheid een onderzoek te ondergaan dat erop is gericht de risi­co’s die de arbeid voor de gezondheid van de medewerkers met zich brengt, zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.’ Dit betekent dat er een duidelijke relatie moet zijn tussen de aanwezige (onvoldoende beheerste) risico’s en het PAGO. Deelname aan een PAGO is overigens geen verplichting voor de medewerker (met uitzondering van bepaalde beroepsgroepen, zoals duikers en brandweerlieden).

Benadrukt moet worden dat het PAGO geen betrekking heeft op de alge­hele gezondheidstoestand van medewerkers. Het gaat om een onderzoek naar de effecten van risico’s. Op grond van de risi­co-inventarisatie en -evaluatie (RIE) en het daarop gebaseerde advies van de arbodienst kan in overleg met het medezeggenschapsorgaan de inhoud en frequentie van het onderzoek vastgesteld worden.  Het onderzoek moet wor­den uitgevoerd door of onder supervisie van een bedrijfsarts. Uit kos­tenoogpunt, maar ook om medicalisering te voorkomen moet de inhoud van het PAGO tot het noodzakelijke beperkt blijven. Maak een gemotiveerde keuze uit de vele mogelijkheden.


Is het voor heftruckchauffeurs verplicht om een opleiding te volgen? Nee, dit is niet verplicht. Wel is de werkgever verplicht om voorlichting en onderricht te verzorgen voor medewerkers die risicovolle taken uitvoeren. De Vereniging FME-CWM heeft hiervoor enig voorlichtingsmateriaal beschikbaar (op te vragen bij de helpdesk,
0900 – 821 21 91).